Milieubesparend Menu

In het rijtje van beweegredenen voor veganisme wordt milieu eigenlijk altijd wel genoemd. Vergeleken met de voedingswijze van de gemiddelde Nederlander zou het veganistische dieet een stuk beter scoren op milieugebied. Veel is er al geschreven over de milieubelastende aspecten van dierlijke producten, maar tot voor kort waren het toch vooral veganisten die beweerden dat het veganistische dieet het milieuvriendelijkste is. Nu werden dergelijke beweringen veelal gedaan op basis van gezond verstand: voor een kilo vlees zijn meerdere kilo’s plantaardige producten nodig. Vlees belast het milieu dus meer dan plantaardige producten, is de redenering.
Gezond verstand hoeft helemaal geen slechte leidraad te zijn om keuzes te maken, maar een rapport geschreven door niet-veganisten kan natuurlijk veel interessanter zijn. Zeker als dat  geschreven is omdat de Gezondheidsraad van de overheid aan een adviesbureau verzocht heeft een rapport te schrijven over richtlijnen Duurzame voeding. Het rapport waarover ik het heb heet Naar een gezond en duurzaam voedselpatrooni.
Het is het resultaat van een verkennend onderzoek naar de effecten op milieu, dierenwelzijn en gezondheid van zes voedselpatronen. Het doel van het onderzoek is het in kaart brengen van de mogelijkheden en problemen, ofwel potenties en dilemma’s van deze voedselpatronen ter ondersteuning van de Gezondheidsraad.

 

Een gezonde keuze

In het rapport zijn zes scenario’s gedefinieerd:

  1. Huidige consumptie

  2. Richtlijnen Goede Voeding

  3. Klassiek vegetarisch conform de Richtlijnen Goede Voeding

  4. Half om half menu, deels vlees en deels vegetarisch

  5. Klassiek veganistisch conform de Richtlijnen Goede Voeding

  6. Mediterraan voedselpatroon, in lijn met Richtlijnen Goede Voeding

Wat opvalt is dat het veganistisch dieet in dit onderzoek als serieus alternatief voor de huidige consumptie wordt beschouwd en bovendien een gezonde keuze wordt genoemd. Het veganistische scenario voldoet namelijk aan
de Richtlijnen Goede Voeding (Gezondheidsraad, 2006) volgens de schrijvers van het rapport, mits aangevuld met een supplement van vitamine b12 om te voorzien in alle micronutriënten.

Aan de hand van een rekenmodel uit een ander rapport (RIVM) blijkt dat het veganistische scenario niet alleen een serieus alternatief is en een gezonde keuze: het kan zelfs een aanzienlijke gezondheidswinst opleveren ten opzichte van het huidige gemiddelde consumptiepatroon, door de kans op een aantal welvaartsziekten te verlagen.

 

Broeikaseffect

Vervolgens is per scenario gekeken naar milieuthema’s zoals het broeikaseffect en landgebruik. Er is een berekening gemaakt door te kijken welke producten in de voedselscenario’s worden gebruikt, en van de producten zijn de milieueffecten bij elkaar opgeteld. Het is niet voor niets dat het onderzoek naar duurzame voeding zich richt op een verschuiving van dierlijke naar plantaardige voeding: mondiaal gezien zijn de vlees- en zuivelketens verantwoordelijk voor ongeveer 18% van het broeikaseffect.

 

Voor de bijdrage van de wereldwijde veestapel aan het broeikaseffect worden verschillende cijfers genoemd. In enkele rapporten wordt het getal 18% genoemd, zoals in Livestock’s Long Shadow“ – Environmental Issues and Options, FAO, December 2006ii, waarop de onderzoekers van het rapport Naar een gezond en duurzaam voedselpatroon zich baseren. Maar
in Livestock and Climate Change van het World
Watch Institute wordt de bijdrage aan het broeikaseffect van de veestapel  verantwoordelijk gehouden voor maar liefst 51%iii

Deze milieuthema’s zijn geanalyseerd door middel van een levenscyclus analyse (lca). Dit betekent dat de hele productieketen in beschouwing is genomen: de effecten van de teelt van grondstoffen van voer, de productie en toepassing van kunstmest, het transport van voer en vee, etc.
Kijkend naar de hele levenscyclus van CO2-emissies van alle scenario’s blijkt het veganistische scenario het laagst te  scoren. Dat is in onderstaande tabel, die gebaseerd is op het rapport, duidelijk te zien:

 

CO2-emissies
van een dag eten

Scenario

Kg CO2-emissies
per dag

Ten opzichte van Huidige consumptie

Huidige consumptie

4,1

100%

Richtlijnen Goede Voeding

3,6

89%

Klassiek vegetarisch conform de Richtlijnen
Goede Voeding

3,4

84%

Half om half menu, deels vlees en deels
vegetarisch

3,2

78%

Klassiek veganistisch conform de Richtlijnen
Goede Voeding

2,7

65%

Mediterraan voedselpatroon, in lijn met
Richtlijnen Goede Voeding

3,1

76%

 

Eiwitbronnen

Het is niet heel verrassend dat het veganistische scenario het laagst scoort. Als je kijkt naar de milieu-impact van de producten in dit scenario zie je dat veganistische producten over het algemeen beter scoren dan de niet-vegetarische tegenhangers. Een kilogram vers rundvlees scoort al snel vijf keer zo slecht als een kilogram tofu. In dat geval is er uitgegaan van vlees van een melkkoe. Dat is het meest gunstige geval – vanuit milieuoogpunt – omdat de milieueffecten die het gevolg zijn van het houden van koeien worden verdeeld over de melkproductie en de vleesproductie. Vergelijk je een kilogram tofu met een  kilogram rundvlees afkomstig uit Zuid-Amerika van dieren die gefokt zijn voor het vlees, dan zijn de broeikasemissies maar liefst twintig keer zo hoog.

Overigens is het eiwitgehalte in tofu lager dan in rundvlees. Vergelijk je de broeikasemissies per kilogram eiwit, dan is het verschil nog steeds een factor twaalf.
Kippenvlees scoort wat betreft broeikasemissies een stuk beter dan rundvlees. Per kilogram product scoort het circa anderhalf keer zo slecht als tofu, maar per kilogram eiwit scoort kippenvlees een factor 1,2 beter dan tofu. Wat betreft landgebruik – een ander milieuthema – scoort tofu per kilogram eiwit overigens weer net iets beter dan kippenvlees.
Interessant is ook de vergelijking tussen melk en sojamelk. Per kilogram product is melk ongeveer andershalf keer zo belastend als sojamelk.

 

Een nuancering

Het lijken duidelijke cijfers die het gezonde verstand van de milieubewuste veganist onderschrijven. De conclusie dat een verdere reductie van consumptie van vlees, vleeswaren en zuivel leidt tot lagere milieuscores op menu-niveau wordt door de onderzoekers voorzichtig genuanceerd. Het zou immers nog gaan om een verkennend onderzoek en de reductie is sterk afhankelijk van de keuze van alternatieve eiwitbronnen. De milieubelasting van alternatieve eiwitbronnen kan sterk wisselen. Hier wordt overigens nog wel aan toegevoegd dat een groot voordeel van plantaardige alternatieven is dat het verslepen van mineralen, in de vorm van kunstmest, beperkt wordt. Dit kan als gevolg hebben dat de mineraaloverschotten (die het milieu op een andere manier belasten dan door bij te dragen aan het broeikaseffect) in Nederland of elders in West-Europa lager worden, afhankelijk van waar de  productie van vlees en zuivel gaat wegvallen door de verminderde consumptie.

 

Broodje tofu

Een ander bedrijf dat zich bezighoudt met het milieueffect van voedsel is het Engelse/Amerikaanse Otarian. Wie wil weten hoeveel hij/zij bespaart met zijn/haar menu, kan terecht bij deze vegetarische fastfood keten (twee restaurants in Londen en één in New York). Bij ieder menu laten zij weten hoeveel kilogram CO2 je bespaart. Zo zijn er drie verschillende burgers te bestellen. Met de veganistische burger die de naam ‘Indian chutney burger’ heeft gekregen, bespaar je 1,22 kg CO2. Die besparing is berekend (ook weer met behulp van een lca) ten opzichte van de vleesbevattende, mij verder niets zeggende Tex Mex Burger waarvoor omgerekend 2,55 kg CO2 de lucht in gaat. Ook hier zien we dat de veganistische variant beter scoort dan de vegetarische variant. De andere twee vegetarische burgers die bij Otarian geserveerd worden bevatten  namelijk kaas en scoren iets minder goed.
Zelfs voor de mayonaise is een berekening gemaakt. Voor een portie veganistische mayonaise van 60 gram is 0,23 kilogram CO2 berekend, tegenover 0,37 kilogram CO2 van de gangbare variant: een besparing van bijna 40%.

 

Een overwinning

Naar Engeland afreizen voor een CO2-besparende burger zal geen besparing opleveren ten gunste van het broeikaseffect. Een in eigen land bereid veganistisch menu daarentegen zou toch een milieubesparing moeten opleveren ten opzichte van een vleesvariant. De door Otarian berekende cijfers ondersteunen in ieder geval de resultaten in de eerste voorzichtige verkenning in het rapport Naar een gezond en duurzaam voedselpatroon.
Maar naast een reductie van de consumptie van vlees zien de onderzoekers ‘een duidelijk ander potentieel’ om het milieu te sparen. Helaas zijn dit nogal voor de hand liggende mogelijkheden. Zo wordt onder andere in de reductie van
de verspilling van voedsel een belangrijke milieuwinst  gezien, evenals in het niet overmatig eten en drinken. Of dit daadwerkelijk de reductie bewerkstelligt die men voor ogen heeft, valt nog te bezien. Consumenten verspillen ongeveer acht procent van hun voedseliv.
Dat betekent dat van de 18% van het broeikaseffect als gevolg van de veestapel op de wereld er nog zeker 16,5% (92% van 18%) overblijft. En dat is op het punt dat er niets meer verspild wordt, wat mij een minstens even grote utopie lijkt als een vega-etende wereldbevolking. Natuurlijk is iedere besparing een winst voor het milieu, maar het is nog even wachten op het rapport dat het veganistische dieet als belangrijkste aanbeveling geeft om het milieu te ontlasten. De eerste stap daartoe is in ieder geval gezet: het veganistisch dieet is nu ook door niet veganistischeonderzoekers gepresenteerd als het meest milieuvriendelijk, gezond en diervriendelijk.