Locavorisme

Verschenen in: V – Vegan magazine – herfst 2010 – nr. 86


Hoe ver ga je voor een appel?

Wat men van ver haalt, is lekker, maar ook milieubelastend volgens een locavorist. Een locavoor, ook wel streeketer genoemd, is iemand die voedsel consumeert dat afkomstig is uit zijn eigen omgeving. Uit milieu-overwegingen probeert hij ‘food-miles’, oftewel voedselkilometers, zoveel mogelijk te beperken. Hoe zwaarwegend moet de transportafstand voor een milieubewuste consument zijn?


Appels uit Nieuw-Zeeland

Ik verbaas me regelmatig over de herkomst van het aanbod van met name biologische producten. Laatst lagen de appels al bijna in mijn winkelmandje toen ik in mijn ooghoek op het bordje bij de appels “herkomst: Nieuw-Zeeland” zag staan.

Hoezo appels uit Nieuw-Zeeland? Nieuw-Zeelanders zijn vast heel aardige mensen, maar ik ga toch geen appels kopen die de halve aarde zijn over gereisd om vanuit milieuoogpunt te kiezen voor biologisch voedsel? Dat klopt niet. Zeker niet als naast diezelfde appels een bak Nederlandse appels staat; appels die waarschijnlijk aan een boom groeiden nog geen honderd kilometer bij mij vandaan.

Ik ben niet anders gewend dan dat supermarkten de herkomst van groente en fruit vermelden. En ondanks dit en het feit dat ‘Locavore’ volgens de Oxford American Dictionary hét woord van het jaar 2007 is, is het begrip locavorisme – zelfs drie jaar later – nog een onbekend begrip in Nederland.

Locavorisme vs Veganisme
Het over grote afstanden transporteren van producten is slecht voor het milieu. Dat is de essentie van het argument van de locavoor. Volgens de locavoor zouden we, vanuit milieuoogpunt, alleen nog maar voedsel moeten consumeren dat lokaal geteeld en geslacht is. Onder lokaal wordt door locavoren verstaan: binnen een straal van honderd mijl (160 kilometer).

De locavoor is geen veganist of vegetariër, als we Michael Pollan tenminste mogen geloven, integendeel. De veganist geeft zijn ‘natuurlijke habitat’ juist op om geen dieren te hoeven eten. Er zijn veel plaatsen waar niet genoeg voedsel beschikbaar is voor een veganistisch dieet. Op deze plaatsen moet voedsel dus geïmporteerd worden, omdat de veganist niet bereid is het plaatselijke voedsel te consumeren. Bovendien doorbreekt de veganist een kringloop, met nog meer transport als gevolg. Want, zo stelt Pollan, in het veganistische Utopia zou dierlijke mest uit de directe omgeving (als onderdeel van de kringloop) vervangen moeten worden door een kunstmatige meststof die over veel grotere afstand getransporteerd wordt.

Het veganisme (en ook het vegetarisme) is hiermee tegenover het locavorisme komen te staan. Bovendien wordt het locavorisme door de aanhangers gepresenteerd als een vanuit milieuoogpunt superieure voedingswijze. Maar is de tegenstelling wel zo groot als beweerd wordt?

Food-miles
Hoe groter de transportafstand, hoe groter de milieuschade, aldus het locavorisme. De milieuschade wordt berekend in ‘food-miles’. Er wordt echter geen rekening gehouden met het totaal aan energie dat gebruikt is voor een product. Het energieverbruik in de productiefase wordt helemaal buiten beschouwing gelaten.
Dat dit een veel te simplistisch beeld geeft, blijkt uit een (Amerikaans) onderzoek waarin gekeken is welk dieet meer broeikasgassen veroorzaakt: een dieet gebaseerd op lokaal voedsel of een vegetarisch dieet.

Gemiddeld legt het voedsel zelf 1640 km af en worden daarvoor 6760 kilometers afgelegd door andere producten en grondstoffen om dat voedsel te kunnen produceren. Dit is niet het enige kritiekpunt. Transport is niet de enige bron van uitstoot van broeikasgassen. De meeste uitstoot blijkt plaats te vinden tijdens de productiefase. De productiefase is namelijk goed voor 83% van de uitstoot van broeikasgassen van de totale voedselconsumptie. Kijken we naar het transport, dan zien we dat 4% van de emissie plaatsvindt bij het transport van voedsel van producent naar winkel en 7% van de emissie bij het transport van grondstoffen naar producent (in totaal dus 11%).

Wat dus veel belangrijker is dan de food-miles, is het soort voedsel. Waar het eigenlijk om gaat is het productieproces. Het consumeren van rood vlees is in dit licht anderhalf keer zo milieubelastend. De conclusie van het onderzoek luidt dat met de omschakeling naar een vegetarisch dieet meer uitstoot van broeikasgassen wordt bespaard dan door lokaal voedsel te consumeren. Slechts één keer per week rood vlees en melk vervangen door kip, vis en groenten heeft meer resultaat dan een hele week al het voedsel consumeren dat van lokale herkomst is.

Vrachtwagens en personenauto’s
Bij het terugbrengen van het aantal voedselkilometers lijken sommige locavoren het hogere doel – zo min mogelijk milieuschade toebrengen – uit het oog verloren te zijn. Men neemt alleen de afstand tussen producent en winkel in ogenschouw, maar laat de afstand die zij zelf moeten afleggen om aan het voedsel te komen buiten beschouwing.

Zo zijn er voorbeelden te noemen van mensen die 150 kilometer afleggen om lokaal geproduceerd voedsel te kopen. Deze mensen lijken niet in de gaten te hebben dat de kilometers die zij zelf afleggen met de auto ook hun weerslag hebben op het broeikaseffect. Feitelijk brengt het vervoer van producten met een personenauto een veel hogere milieubelasting met zich mee dan de kilometers afgelegd tussen producent en winkel.

Een appel die vervoerd wordt van boer naar winkel, wordt vervoerd in een vrachtauto waarin hij samen met heel veel andere appels ligt. De uitstoot van broeikasgassen als gevolg van het brandstofverbruik van de vrachtwagen zou je in een berekening moeten verdelen over alle appels die in de vrachtauto liggen.

Wanneer je kijkt naar het transport tussen winkel en consument, dan zal duidelijk zijn dat de uitstoot van broeikasgassen als gevolg van het brandstofverbruik over veel minder producten verdeeld moet worden. Het is dus om de milieuschade te beperken veel efficiënter om producten in grote hoeveelheden door vrachtwagens te laten vervoeren, dan dat individuen zelf grote afstanden met een personenauto afleggen om lokaal geproduceerd voedsel te kopen.

Locavorisme én Veganisme
Hoewel het locavorisme door eigen aanhangers tegenover het veganisme geplaatst wordt, streeft ook de milieubewuste veganist ernaar de milieubelasting zoveel mogelijk te beperken. Een dieetverandering van omnivoor naar vegetarisch/veganistisch mag dan een groter milieuvoordeel opleveren dan de overschakeling naar lokaal voedsel, er staat de veganist niets in de weg om zijn ecologische voetafdruk te verkleinen door te kiezen voor ‘locavorische producten’.

Het zal voor zowel de locavorische omnivoor als de locavorische veganist niet eenvoudig zijn om 100% lokaal voedsel te eten. Veel gebruikte producten als olijfolie, thee, koffie en rijst worden ver buiten Nederland geteeld.

Zoals gezegd moet er niet blind gestaard worden op het veel te simpele concept van voedselkilometers. De transportkilometers bijvoorbeeld van in de buitenlucht gekweekte tomaten uit Spanje kunnen weggestreept worden tegen het energieverbruik in kassen voor de productie van tomaten in Nederland. Daar staat tegenover dat het begrip voedselkilometers niet zinloos is: voor de Nieuw-Zeelandse appel in de natuurvoedingswinkel is vermoedelijk een veel grotere hoeveelheid broeikasgassen uitgestoten dan voor de Nederlandse appel ernaast.

2 thoughts on “Locavorisme

  1. Angela

    Dag Rick, mooi stukje dat tot denken aanzet. Ik ben het helemaal met je eens, hoewel we natuurlijk helemaal geen koffie of thee nodig hebben. (Hoeveel liter water het produceren van een kopje koffie of theezakje exact vergt ben ik vergeten, maar mijn hoofd ging er in elk geval voldoende van tollen om mijn koffie en thee inname drastisch te verminderen.)

    Ik ben nog maar net lid geworden van NVV dus ik ben erg blij hier nog enkele (zinvolle en tot nadenken aanzettende) artikels te kunnen terugvinden, waarvoor dank! Mooie site ook.

  2. Rick Post author

    Hallo Angela,

    Dank je wel voor de reactie en de complimenten!

    Groeten,
    Rick

Comments are closed.