Groen Begraven

Verschenen in: V – Vegan magazine – winter 2010/2011 – nr. 87


Een groen einde

Naast mogelijkheden voor een duurzaam leven zijn er nu ook mogelijkheden voor een duurzame dood. De uitvaartbranche is, net als vele andere sectoren, handig ingesprongen op de groeiende behoefte aan duurzame producten en diensten. Werden 3500 jaar voor Christus door het Trechterbekervolk hele ‘duurzame’ (ze bestaan immers nog steeds) collectieve graven gemaakt met behulp van maximaal dertigduizend kilo wegende stenen, tegenwoordig behoort een Hunebed niet meer tot de mogelijkheden voor lijkbezorging. In dit artikel een overzicht van wat wél mogelijk is nu en in de toekomst voor een duurzaam ofwel milieuvriendelijk einde.

Begraving
De bekendste en in de geschiedenis meest voorkomende methode van lijkbezorging is begraven. Bij een begrafenis wordt een lichaam in een kist begraven. Het lichaam en de kist ontbinden daar in de loop van vele jaren. Hoe lang dit duurt is geheel afhankelijk van de omstandigheden en de materialen van de kist en de kleding die de dode aanheeft.
Met het begraven komen schadelijke stoffen in de bodem en het grondwater terecht. Bij deze schadelijke stoffen moet gedacht worden aan zware metalen afkomstig van chirurgische ingrepen (zoals vullingen in kiezen), maar ook verzamelen we in de loop van ons leven toxische stoffen. Onze nieren bevatten aan het eind van ons leven bijvoorbeeld aanzienlijke hoeveelheden cadmium.

Crematie
Nog niet zo lang geleden is er naast begraven de mogelijkheid van cremeren bijgekomen. In 1913 werd het eerste crematorium gebouwd en in 1914 werd het eerste lichaam daar gecremeerd. Het duurde echter tot 1955 voordat dit legaal werd. Bij crematie wordt het lichaam in een kist of op een ligplank verbrand in een speciale oven. De temperatuur in de oven is ongeveer 1100 graden Celcius en het proces neemt ongeveer anderhalf uur in beslag. Daarna blijft er ongeveer 2,5-3 kg as over.
Voor de oven is er gedurende een crematie 5 tot 25 m3 gas nodig. Dit komt overeen met de hoeveelheid gas die de gemiddelde Nederlander gebruikt om vijf tot zes dagen het huis te verwarmen. Daarnaast komen er bij een crematie kwikverbindingen en andere metalen en dioxines vrij in de as en lucht.

Resomatie
Naast begraven en cremeren wordt er gezocht naar alternatieven. Een daarvan is resomatie, ook wel ‘verwateren’ genoemd. Op dit moment is dit in Nederland nog niet toegestaan, maar al wel in Canada en bepaalde delen van Amerika. Deze techniek wordt als milieuvriendelijker dan begraven en cremeren naar voren geschoven.
Bij resomatie wordt het lichaam in een omhulsel (van zijde, wol of wellicht een ander (veganistisch) materiaal) in een speciaal hiervoor bestemde installatie geplaatst. Het lichaam wordt vervolgens opgelost in een bad met water en kalium-hydroxide. Van het lichaam is dan na drie uur nog slechts drie procent over in de vorm van wit poeder (afkomstig van de botten). Dit poeder kan, net als de as die overblijft na een crematie, in een urn bewaard worden.
Als voordeel van dit proces wordt genoemd dat er veel minder energie gebruikt wordt dan bij cremeren, Bovendien heeft het water dat overblijft geen speciale behandeling nodig en kan het met het rioolwater afgevoerd worden naar een waterzuiveringsinstallatie. Een nadeel is dat het water met de kalium-hydroxide tot 180 graden dient te worden opgewarmd om de tijd van ontbinding te verkorten tot drie uur.

Cryomatie
Een methode die op dit moment nog nergens op de wereld is toegestaan, maar waarvoor wel naar mogelijkheden wordt gezocht, is cryomeren of vriesdrogen. Bij deze techniek wordt het lichaam bevroren. Dit gebeurt in tien dagen tijd op een temperatuur van -18 graden Celcius. Vervolgens wordt het lichaam ondergedompeld in vloeibare stikstof (-196 graden Celcius). Hierdoor wordt het lichaam broos en door middel van trillingen laat men het lichaam uiteen vallen. Wat overblijft is 25-30 kilo poeder dat begraven kan worden. In 6 tot 12 maanden worden deze resten dan omgezet in compost.
Het belangrijkste milieuvoordeel dat bij deze techniek genoemd wordt, is dat (schadelijke) chirurgische metalen er gemakkelijk uitgehaald kunnen worden, waardoor metalen als kwik niet in de bodem of de lucht terechtkomen. Vooralsnog lijkt het erop dat dit milieuvoordeel teniet wordt gedaan door de energie die nodig is: enerzijds voor het koelen van het lichaam en anderzijds voor het op zeer lage temperatuur brengen van de stikstof.

Een milieuvriendelijke kist
Naast de verschillende bovengenoemde technieken voor het verwerken van het stoffelijk overschot, wordt een groen einde door de uitvaartzorg vooral geassocieerd met de milieuaspecten van de kist. Er zijn dan ook behoorlijk wat alternatieven voor de gebruikelijke houten kist met vernislaag. Onbehandeld hout uit duurzaam beheerde bossen is daar een voorbeeld van. Maar ook andere natuurlijke materialen behoren tegenwoordig tot de mogelijkheden. Denk aan bamboe, pandanus (een blad van een snelgroeiend onkruid), wilgenteen of bananenblad.
Een vanuit milieuoogpunt interessant ontwerp is de boekenkastdoodskist. Dit is een boekenkast ter grootte van een doodskist, met daarin planken waarop boeken gezet kunnen worden. Op het moment dat de boekenkast dienst kan doen als doodskist kunnen de planken gebruikt worden als deksel. Dit betekent dus dat je aan het eind van je leven in een kist van gerecyclede materialen ligt.
Maar ook op het eerste gezicht minder voor de hand liggende materialen kunnen gebruikt worden. Zo zijn er sarcofagen gemaakt van gerecycled papier en behoort een kartonnen kist tot de mogelijkheden.
Een ander milieuaspect met betrekking tot de kist is de bekleding. Voor de binnenkant van de kist kan gebruik worden gemaakt van ongebleekt katoen. Naast de keuze van materialen waarvan de kist gemaakt is, kan het milieu ontzien worden door de overledene niet te kleden in milieubelastende kleding en hem geen milieuverontreinigende accessoires mee te geven, zoals MP3-spelers en brillen.
Overigens kan er ook voor gekozen worden om begraven of gecremeerd te worden zonder kist. In plaats daarvan kan gebruik gemaakt worden van slechts een lijkwade.

Begraafplaats
Kenmerkend voor een graf zijn de delen die zich boven de grond bevinden. Veelal bestaat dit uit een natuurstenen grafmonument. Ook hier kan gekozen worden voor milieuvriendelijkere alternatieven. In Engeland zijn er speciale natuurbegraafplaatsen. Het doel van zo’n begraafplaats is natuur scheppen. Er mogen dan ook alleen natuurlijke materialen gebruikt worden. Op het graf mogen alleen een boompje, enkele platen of een bescheiden monument van hout worden geplaatst. Onderhoud van het graf is niet toegestaan. Dergelijke natuurbegraafplaatsen hebben we in Nederland niet, al komt het Bergerbos in Limburg qua idee aardig in de buurt. Hier is het markeren van graven toegestaan met zwerfkeien en bazaltzuilen. Wat kenmerkend voor deze begraafplaats is, zijn de natuurlijke paden en de afwezigheid van hekken rondom het bos waar de graven zich bevinden.
Een natuurbegraafplaats mag dan heel natuurlijk overkomen, maar of het voor het milieu zoveel voordelen heeft zal er vanaf hangen hoe groot de afstand is tussen de betrokkenen en de begraafplaats. Met het vervoer naar de begraafplaats kunnen de milieuvoordelen eenvoudig teniet gedaan worden.

Milieu en uitvaart
Dat vervoer een belangrijke rol speelt, blijkt ook uit een Nederlands onderzoek waarin is gekeken naar de milieu-impact van de verschillende aspecten van een uitvaart. De verschillende onderdelen worden uitgedrukt in milieupunten. Hoe meer milieupunten, hoe groter de belasting van het milieu. Uitgedrukt in deze milieupunten scoren begraven en cremeren respectievelijk 4,8 en 4,7 punten. Het vervoer met betrekking tot de uitvaart daarentegen scoort maar liefst 12,6 punten (zie ook onderstaande tabel)! Uitgangspunt in dit onderzoek is een ‘normale’ doodskist. Met een milieuvriendelijke kist kan natuurlijk milieuwinst behaald worden, maar een veel grotere klapper kan gemaakt worden door de milieu-impact van het aspect vervoer te verkleinen.
De onderzoekers noemen de bakfiets, de koets of de ‘benenwagen’ dan ook als alternatieven voor de traditionele rouwauto. Maar belangrijker nog dan de rouwauto is de milieu-impact van het vervoer van de rouwstoet. In het onderzoek is ervan uitgegaan dat een groep van honderd personen in totaal (opgeteld dus) 600 autokilometers aflegt. Door het beperken van de autokilometers kan een veel grotere milieuwinst behaald worden.
Het belangrijkste aspect van een groene dood is dus het zoveel mogelijk beperken van de autokilometers. Dit kan gedaan worden door ervoor te zorgen dat de afscheidsplechtigheid, begraafplaats of het crematorium en de condoleance zich op loopafstand van elkaar bevinden. Als de nabestaanden ook nog gebruik maken van het openbaar vervoer om naar de uitvaart te komen, dan is het grootste deel van de mogelijke milieuwinst al behaald.

 

Milieubelastingspunten voor de verschillende aspecten van een uitvaart
Kleding e.d. van dode: 2,5
Koelen: 0,4
Kist: 1
Rouwdrukwerk: buiten beschouwing
Vervoer: 12,6
Bloemen: buiten beschouwing
Consumpties condoléance: buiten beschouwing
Begraven: 4,8
Cremeren: 4,7
Cryomatie: 10,7
Resomatie: 4,6
Herdenkingsmonument: 1,9

Bron: Levenscyclusanalyse van de uitvaart van de
onderzoekers Han Remmerswaal en Luc van de Heuvel.
http://www.uitvaart.nl/page_1208.html

One thought on “Groen Begraven

  1. Hans Rademaker

    Beste Rick,

    Ik ben blij dat je mijn boekenkast-doodkist noemt maar ik ben nog blijer met je lijstje met milieubelastingpunten. Dat het vervoer zwaar telt wist ik al. En dat het vooral de bezoekers zijn die door de vele km. voor een flinke milieubelasting zorgen. Ik zoek al heel lang naar een oplossing hiervoor en een virtuele uitvaart zou veel schelen. Daar ben ik echter niet zo’n voorstander van, de afstand tussen mensen onderling is vaak toch al zo groot en met alle sociale media wordt dat volgens mij niet beter. Raken we nog verder van de bron.
    Maar ineens bedacht ik. “Laat ik het eens omdraaien”. Een uitvaart is ook een moment dat mensen elkaar weer eens fysiek opzoeken. Dat geeft verbinding. Wellicht zouden ze het ritje ( en elkaar opzoeken) anders later ook maken. En dat gebeurt nu allemaal in één keer.
    Wel is het dan handig om al die ontmoetingen mooi de tijd te gunnen. Op een fijne plek met een goede sfeer. Dus na het crematorium of de begraafplaats naar een leuke kroeg.
    Om de verbinding te bewaren, te versterken en te verdiepen.Zodat we weer dichter bij onze bron komen.

    Met hartelijke groet,

    Hans Rademaker

Comments are closed.